De komende maanden wil ik graag een aantal per 1 januari 2010 ingevoerde fiscale maatregelen bespreken.
Hoewel het hier een al vele jaren bestaande faciliteit betreft, acht ik het echter nog wel even nodig om deze faciliteit onder de aandacht te brengen. Het betreft de investeringsaftrek. De ondernemer die investeert in bedrijfsmiddelen kan (naast de afschrijvingen, zie hieronder) een deel van het investeringsbedrag van de winst aftrekken, de zogenoemde investeringsaftrek. Deze aftrek kan de vorm hebben van kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, van energie-investeringsaftrek en van een milieu-investeringsaftrek.
Kleinschaligheidsinvesteringaftrek (KIA)
De KIA is bedoeld om investeringen van een beperkte omvang te bevorderen en is hierdoor
vooral gericht op het midden- en kleinbedrijf. De KIA is in 2010 fors uitgebreid. De ondernemer die in een kalenderjaar voor meer dan € 2.200 investeert in bedrijfsmiddelen, kan maximaal 28% van het investeringsbedrag van de winst over dat jaar aftrekken.
De investeringsaftrek geldt voor ondernemers en bedraagt voor investeringen vanaf € 2.200 tot en met € 54.000, 28% van het investeringsbedrag. Bij een investering van € 54.000 bedraagt de KIA derhalve € 15.120. Dit is tevens het maximumbedrag waarop de KIA is “afgetopt”. Voor investeringen van € 54.000 tot en met € 100.000 geldt de maximale KIA van € 15.120. Indien meer wordt geïnvesteerd dan € 100.000 wordt de maximale KIA van € 15.120 verminderd met 7,56% van het deel van de investeringen dat de € 100.000 te boven gaat. Dit betekent dat bij een investering van bijvoorbeeld € 180.000 recht bestaat op een KIA van € 9.072(maximum KIA van € 15.120, verminderd met 7,56% van € 80.000 (=€ 180.000 -/- € 100.000) = € 6.048). Voor investeringen van meer dan € 300.000 bestaat geen recht op KIA. Hoewel de investeringsaftrek niet geldt voor alle investeringen, komen met ingang van 1 januari 2010 de zeer zuinige personenauto’s, waaronder elektronische auto’s, in aanmerking voor de KIA.
Energie-investeringsaftrek
Voor ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen met betrekking waartoe is verklaard dat
sprake is van energie-investeringen (investeringen die in het belang zijn van een doelmatig
gebruik van energie) geldt de energie-investeringsaftrek. Hieronder kunnen tevens worden
begrepen de kosten van een advies dat (mede) op die investering betrekking heeft ter zake
van energiebesparende maatregelen in gebouwen of bij processen. Dergelijke investeringen staan op de energielijst. Om voor de aftrek in aanmerking te komen moeten de investeringen binnen 3 maanden na de aanschaf of voortbrenging bij de belastingdienst zijn aangemeld.
De energie-investeringsaftrek bedraagt 44% bij een bedrag aan energie-investeringen
in een kalenderjaar van meer dan € 2.200. Als bedrag aan energie-investeringen
wordt ten hoogste in aanmerking genomen € 115.000.000.
Milieu-investeringsaftrek
Ondernemers die investeren in bedrijfsmiddelen die zijn aangewezen als milieu-investeringen
(investeringen in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu) geldt de milieu-investeringsaftrek. Hieronder kunnen tevens worden begrepen de kosten van een milieuadvies. Het bedrijfsmiddel moet op de milieulijst staan en het bedrag aan investeringen bedraagt minimaal € 2.200. De aftrek kan oplopen tot 40% van het investeringsbedrag. In sommige gevallen in zelfs 60% haalbaar. Deze investeringen moeten ook binnen 3 maanden na de aanschaf of voortbrenging bij de belastingdienst worden gemeld om voor de aftrek in aanmerking te kunnen komen.
Bij een samenwerkingsverband worden de investeringen voor het hele samenwerkingsverband samengenomen. De milieu-investeringsaftrek is van toepassing naast de kleinschaligheids-investeringsaftrek. Heeft de ondernemer gekozen voor de energie-investeringsaftrek, dan komt de investering niet tevens in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek. Indien de ondernemer het bedrijfsmiddel waarvoor investeringsaftrek is geclaimd, binnen vijf jaar van de hand doet (desinvesteert) dan moet hij als hij een drempel van € 2.200 overschrijdt, een bedrag aan de winst toevoegen gelijk aan het destijds genoten investeringspercentage over het bedrag van de desinvestering. De desinvesteringsbijtelling kan echter niet hoger zijn dan de destijds genoten aftrek.
Nu zult u zeggen, ja deze regels zijn toch allemaal bekend, wat moeten we hier nog mee? De bedoeling hiervan is om nog even extra onder uw aandacht te brengen dat u minimaal € 2.200 moet investeren om voor de investeringsaftrek in aanmerking te komen. Als u dan toch kijkt naar uw investeringen, dan kunt u gelijk nagaan of die bedrijfsmiddelen niet versneld willekeurig kunnen worden afgeschreven.
Tijdelijke willekeurige afschrijving (TWA)
Met ingang van 1 januari 2009 is namelijk de tijdelijke willekeurige afschrijving ingevoerd. Deze regeling is recentelijk versoepelt. De willekeurige afschrijving is een tijdelijke maatregel die begin 2009 werd ingevoerd als één van de maatregelen om ondernemers door de crisis te helpen. Door de willekeurige afschrijving kunnen bedrijven investeringen die in het kalenderjaar 2009 of 2010 plaatsvinden in 2 jaar afschrijven met maximaal 50 procent. De TWA-regeling geldt alleen voor de jaren 2009 en 2010. Op 1 januari 2011 vervalt de regeling weer. De regeling geldt voor nieuwe bedrijfsmiddelen, met een aantal uitzonderingen.
De belangrijkste uitzonderingen zijn: gebouwen, grond-, weg- en waterbouwkundige werken, dieren, immateriële activa (waaronder software), bromfietsen, motorrijwielen en personenauto's. Taxi's en zeer zuinige personenauto's mogen echter wel willekeurig worden afgeschreven. Een personenauto geldt als zeer zuinig als de CO2-uitstoot niet meer bedraagt dan 95 gram per kilometer bij dieselmotoren, of niet meer dan 110 gram per kilometer bij andere personenauto's. Uitgesloten zijn ook bedrijfsmiddelen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor ter beschikking stelling aan derden (verhuur). Willekeurige afschrijving is mogelijk zodra (in het kalenderjaar 2009 of 2010) een investeringsverplichting is aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt. Het bedrag van de willekeurige afschrijving kan echter niet hoger zijn dan het bedrag dat ter zake van de investeringsverplichting is betaald dan wel het bedrag van de gemaakte voortbrengingskosten. Het bedrijfsmiddel moet vóór 1 januari 2012 of 2013 door de belastingplichtige in gebruik zijn genomen.
De TWA biedt de mogelijkheid ten hoogste 50% van de investering willekeurig af te schrijven in het jaar waarin de verplichtingen zijn aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt en eveneens ten hoogste 50% in het onmiddellijke daarop volgende jaar. Op grond van het betalingscriterium kan het bedrag van de willekeurige afschrijving niet hoger zijn dan hetgeen is betaald. In de praktijk bleek echter de samenloop met het betalingscriterium een onbedoelde beperking, die onlangs is weggenomen. Op investeringen in 2009 en 2010 kan nu na 2011 ook nog willekeurig worden afgeschreven.
Een voorbeeld
Een ondernemer gaat eind 2009 verplichtingen aan voor de aankoop van een bepaald bedrijfsmiddel. In 2010 wordt 60% betaald en in 2011 de overige 40%. Begin 2011 wordt het bedrijfsmiddel geleverd en in gebruik genomen.
Uitwerking
Zonder aanpassing van de regeling (‘oude regeling’), kan alleen in 2010 50% willekeurig worden afgeschreven. In 2009 is er immers geen willekeurige afschrijving mogelijk omdat het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik is genomen en niet is voldaan aan het in dat geval geldende betalingscriterium. Ook in 2011 kan er niet willekeurig worden afgeschreven, omdat willekeurige afschrijving alleen kan plaatsvinden - mits is voldaan aan het betalingscriterium - in het investeringsjaar (in dit voorbeeld 2009) en het daaropvolgende jaar (in dit voorbeeld 2010).
Deze onbedoelde beperking is nu weggenomen. De wijziging houdt in dat twee voorwaarden komen te vervallen:
• de voorwaarde dat alleen in het investeringsjaar en het onmiddellijk daaropvolgende jaar willekeurig kan worden afgeschreven, en;
• de voorwaarde dat in het onmiddellijk op het investeringsjaar volgende jaar ten hoogste 50% willekeurig mag worden afgeschreven.
Het gevolg is dat voortaan voor investeringen die in 2009 of 2010 zijn verricht, in het investeringsjaar - net als tot nu toe - ten hoogste 50% willekeurig mag worden afgeschreven en het restant - anders dan tot nu toe - in een of meer van de volgende jaren willekeurig mag worden afgeschreven.
De nieuwe regeling op het voorbeeld toepast.
In het jaar 2009 is geen willekeurige afschrijving mogelijk omdat het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik is genomen en ook niets is aanbetaald. In 2010 kan maximaal 60% worden willekeurig worden afgeschreven en het restant (40%) kan willekeurig worden afgeschreven in 2011 of in een van de daarop volgende jaren.
De ondernemer die de TWA dus nog voor investeringen in 2010 wil toepassen maar waarvan de levering in 2011 zal plaatsvinden, kan nog wel de maximale 50% willekeurig afschrijven maar zal dan in 2010 ten minste de helft van het investeringsbedrag moeten aanbetalen. Als door de toepassing van TWA en investeringsaftrek een verlies resulteert kan dat wellicht direct worden verrekend met de winst die in de drie voorgaande jaren is behaald.
Je moet lid zijn van FinanceBase om reacties te kunnen toevoegen!
Log in