Op 12 juni 2006 hebben de – toenmalige – Tweede Kamerleden Dezentjé Hamming-Bleumink en Groot een initiatiefwetsvoorstel ingediend. Dit wetsvoorstel was bedoeld om belastingplichtigen te beschermen tegen respectievelijk meer mogelijkheden te bieden tegen de soms onredelijke informatie-eisen van de Belastingdienst.
Nu, in april 2011, heeft de Eerste Kamer ook ingestemd met het wetsvoorstel en staat er feitelijk niets meer in de weg om het wetsvoorstel met ingang van 1 juli 2011 wet te laten zijn.
Het wetsvoorstel is indertijd ingediend omdat het – blijkbaar – regelmatig gebeurde dat de Belastingdienst vele, vele vragen stelde en als je niet of niet-volledig de vragenlijst beantwoordde, dan nam de Belastingdienst daarmee geen genoegen, bepaalde dan maar zelf de hoogte van de belastingaanslag en de belastingplichtige moest dan maar bewijzen dat de Belastingdienst het fout had (“omkering van de bewijslast”); in de praktijk blijkt deze omkering van de bewijslast een zeer groot probleem te zijn.
Als – vanaf 1 juli 2011? – een belastingplichtige moeite heeft met een verzoek van de Belastingdienst om informatie, dan kan deze belastingplichtige naar de rechter stappen en de rechter vragen of het informatieverzoek van de Belastingdienst wel rechtmatig is. In casu is door deze regeling de belastingplichtige iets beter beschermd dan voorheen, voorwaar een hele verbetering.
Wat wel opvalt is dat dit wetsvoorstel er haast vijf (!) jaar voor nodig heeft gehad om tot wet verheven te worden; met name de regering had vele bezwaren tegen dit wetsvoorstel (logisch, want het beknotte de mogelijkheden van de Belastingdienst).
Wanneer de regering iets wilt aanpassen ten gunste van de Belastingdienst en zij dient daarvoor een wetsvoorstel in, dan is de behandeling van dat wetsvoorstel haast altijd een hamerstuk en is het in no time een echte wet.
Raar, niet echt en het zegt veel over onze volksvertegenwoordigers in met name de Tweede Kamer.
Je moet lid zijn van FinanceBase om reacties te kunnen toevoegen!
Log in