Economen en medici vinden gemakkelijk werk als ze gaan emigreren: economie is economie ook al loopt deze in het ene land wat beter dan in het andere en voor het menselijk lichaam geldt mutatis mutandi hetzelfde. Voor juristen ligt dat anders. Een Nederlandse jurist heeft Nederlands recht gestudeerd wat veel overeenkomsten heeft met het Franse recht maar ook erg veel verschillen. Om zijn vak in Frankrijk te gaan uitoefenen moet hij daar eerst weer gaan studeren.
Dat geldt ook voor fiscaal juristen. Wij krijgen regelmatig vragen over de fiscale consequenties van
emigreren voor de oprichters van stamrecht-BV’s. Wanneer je emigreert merk je pas echt hoe complex regels kunnen zijn (en hoe veel tijd het uitzoeken vergt).
Tot vóór 2010 konden stamrecht-BV’s alleen in Nederland opgericht worden en konden ze niet naar het buitenland verhuizen. Als je ging emigreren was (en is nog steeds) daar wat aan te doen door een Nederlandse directeur aan te stellen. Maar op het moment dat de BV uitkeringen gaat doen aan de begunstigde van de stamrechtovereenkomst rijzen er vragen, zoals: (a) in welk land wordt er belasting geheven, in Nederland of het emigratieland? (b) Of beide?!
Om (b) te voorkomen en (a) te beantwoorden zijn er belastingverdragen gesloten tussen de meeste westerse landen. Deze verdragen behoren in het algemeen tot het competentieveld van een Nederlandse fiscalist. Ze zijn altijd in het Nederlands én de taal van het andere land opgesteld en zijn in zekere mate op volgens herkenbare patronen gestructureerd. Een Nederlandse fiscalist moet antwoord kunnen geven op de vraag hoe Nederland het verdrag uitlegt (en dat is vrijwel altijd hetzelfde als de uitleg van het emigratieland) en wie er mag heffen.
Helaas betekent het bestaan van belastingverdragen niet dat we nog maar met één nationale belastingdienst te maken hebben. Meestal is het zo dat het inkomen in beide landen opgegeven moet worden maar dat het land dat niet mag heffen op één of andere wijze deze belasting weer terugbetaald.
Een voorbeeld: mevrouw A. emigreert naar Engeland en krijgt daar van haar BV in Nederland een uitkering van 2.000 euro per maand. Volgens het nieuwe belastingverdrag met Nederland mag Nederland hierover belasting (loonheffing) heffen. Dat lijkt mooi want omdat mevrouw A. in Engeland woont, is zij in Nederland geen premies verschuldigd en dat is het grootste bestanddeel van de onderste Nederlandse belastingtarieven. In Nederland blijven uiteindelijk maar een paar procenten (stel 3%) over.
Maar ook in Engeland moet zij aangifte doen, over haar Engelse inkomen van, stel, 40.000 pond én haar Nederlandse inkomen van 24.000 euro. Voor de stamrechtuitkeringen is haar marginale tarief 40%. Beduidend minder dan de 52% die zij had moeten betalen zonder stamrecht-BV maar wel veel meer dan de 3% procent Nederlandse loonheffing. En Nederland was tenslotte door het verdrag aangewezen als heffingsland voor de stamrechtuitkeringen.
Helaas kiest Engeland voor de tax credit methode om dubbele heffing te voorkomen. Dat houdt in dat mevrouw A. van de 9.600 euro die zij in Engeland betaalt de 720 euro Nederlandse loonheffing mag aftrekken. Per saldo betaalt ze dus nog steeds 40%! Het enige effect dat het belastingverdrag tussen Nederland en Engeland hier heeft, is dat een (klein) deel van de belasting die mevrouw A. betaalt, in de Nederlandse schatkist terecht komt.
Een andere methode om dubbele heffing te voorkomen, die helaas veel minder voorkomt, is de vrijstellingsmethode. Als Engeland deze zou hebben toegepast, zou de gehele 9.600 euro heffing over haar stamrechtinkomen in Engeland vervallen en zou zij de 720 euro niet terugkrijgen. Een aantrekkelijke ruil.
Economen vinden gemakkelijk werk als ze gaan emigreren: economie is economie ook al loopt deze in het ene land wat beter dan in het andere. Voor juristen ligt dat anders. Een Nederlandse jurist heeft Nederlands recht gestudeerd wat veel overeenkomsten heeft met het Franse recht maar ook erg veel verschillen. Om zijn vak in Frankrijk te gaan uitoefenen moet hij daar eerst weer gaan studeren.
Dat geldt ook voor fiscaal juristen. Wij krijgen regelmatig vragen over de fiscale consequenties van emigreren voor de oprichters van stamrecht-BV’s. Wanneer je emigreert merk je pas echt hoe complex regels kunnen zijn (en hoe veel tijd het uitzoeken vergt).
Tot vóór 2010 konden stamrecht-BV’s alleen in Nederland opgericht worden en konden ze niet naar het buitenland verhuizen. Als je ging emigreren was (en is nog steeds) daar wat aan te doen door een Nederlandse directeur aan te stellen. Maar op het moment dat de BV uitkeringen gaat doen aan de begunstigde van de stamrechtovereenkomst rijzen er vragen, zoals: (a) in welk land wordt er belasting geheven, in Nederland of het emigratieland? (b) Of beide?!
Om (b) te voorkomen en (a) te beantwoorden zijn er belastingverdragen gesloten tussen de meeste westerse landen. Deze verdragen behoren in het algemeen tot het competentieveld van een Nederlandse fiscalist. Ze zijn altijd in het Nederlands én de taal van het andere land opgesteld en zijn in zekere mate op volgens herkenbare patronen gestructureerd. Een Nederlandse fiscalist moet antwoord kunnen geven op de vraag hoe Nederland het verdrag uitlegt (en dat is vrijwel altijd hetzelfde als de uitleg van het emigratieland) en wie er mag heffen.
Helaas betekent het bestaan van belastingverdragen niet dat we nog maar met één nationale belastingdienst te maken hebben. Meestal is het zo dat het inkomen in beide landen opgegeven moet worden maar dat het land dat niet mag heffen op één of andere wijze deze belasting weer terugbetaald.
Een voorbeeld: mevrouw A. emigreert naar Engeland en krijgt daar van haar BV in Nederland een uitkering van 2.000 euro per maand. Volgens het nieuwe belastingverdrag met Nederland mag Nederland hierover belasting (loonheffing) heffen. Dat lijkt mooi want omdat mevrouw A. in Engeland woont, is zij in Nederland geen premies verschuldigd en dat is het grootste bestanddeel van de onderste Nederlandse belastingtarieven. In Nederland blijven uiteindelijk maar een paar procenten (stel 3%) over.
Maar ook in Engeland moet zij aangifte doen, over haar Engelse inkomen van 40.000 pond én haar Nederlandse inkomen van 24.000 euro. Voor de stamrechtuitkeringen is haar marginale tarief 40%. Beduidend minder dan de 52% die zij had moeten betalen zonder stamrecht-BV maar wel veel meer dan de 3% procent Nederlandse loonheffing. En Nederland was tenslotte door het verdrag aangewezen als heffingsland voor de stamrechtuitkeringen.
Helaas kiest Engeland voor de tax credit methode om dubbele heffing te voorkomen. Dat houdt in dat mevrouw A. van de 9.600 euro die zij in Engeland betaalt de 720 euro Nederlandse loonheffing mag aftrekken. Per saldo betaalt ze dus nog steeds 40%! Het enige effect dat het belastingverdrag tussen Nederland en Engeland hier heeft, is dat een (klein) deel van de belasting die mevrouw A. betaalt, in de Nederlandse schatkist terecht komt.
Een andere methode om dubbele heffing te voorkomen, die helaas veel minder voorkomt, is de vrijstellingsmethode. Als Engeland deze zou hebben toegepast, zou de gehele 9.600 euro heffing over haar stamrechtinkomen in Engeland vervallen en zou zij de 720 euro niet terugkrijgen. Een aantrekkelijke ruil.
Alhoewel nauwelijks recht-toe-recht-aan te noemen, valt tot zover alles binnen de standaardkennis van de Nederlandse fiscalist en de Engelse tarieven vind je overal op internet (met name dat sinds 2010 er een hoogste schijf van 50% is, vanaf inkomsten van 150.000 pond). Wat je echter niet overal vindt, is dat Engeland een korting van 10% geeft op buitenlandse lijfrente-achtige inkomsten. Als je geen Engelse fiscalist bent, kun je daar alleen door ervaring achterkomen.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over het oprichten van een buitenlandse stamrechtvennootschap (vanaf 2010) want dan krijg je ook te maken met buitenlandse vennootschapsbelasting. Moraal: ga je emigreren, praat dan ook eens met een accountant of belastingadviseur van het betreffende land.
Nog twee wetenswaardigheden:
- Als je in Engeland van je Engelse BV (limited company of Ltd) leent voor een termijn langer dan een jaar, wordt het volledige bedrag van de lening bij de winst opgeteld. Pas bij aflossing krijg je dit weer terug. Hiermee wordt een streep gehaald door de populaire woningfinanciering vanuit de stamrecht-BV.
- In de Verenigde Staten wordt dwars door de stamrecht-BV heen gegekeken: een stamrechtconstructie wordt gezien als uitgestelde beloning en deze is in de VS aan zeer strikte regels gebonden. Voor Amerikanen, die al vrij snel aan Amerikaanse heffing onderworpen zijn, is het dus oppassen. Alleen als de ex-werkgever als stamrechtverzekeraar wil optreden, valt hier een mouw aan te passen. Maar dat kan alleen als de werkgever een verzekeraar is (of een natuurlijke persoon). En wie heeft er nu een zo innige band met zijn ex-werkgever na zijn ontslag?
Je moet lid zijn van FinanceBase om reacties te kunnen toevoegen!
Log in